Klimaatadaptief ontwerpen gebouwen

Waterpleinen en infiltratievelden in stedelijk ontwerp: voorbeelden en kosten

Lieke Sanders Lieke Sanders
· · 7 min leestijd

Stel je voor: een hete zomerdag in de stad. De zon brandt op het asfalt, de lucht voelt plakkerig aan.

Inhoudsopgave
  1. Waterpleinen en infiltratievelden: wat is het verschil?
  2. Waarom steden deze oplossingen omarmen
  3. Inspirerende voorbeelden uit de praktijk
  4. De kosten: wat mag het kosten?
  5. Hoe start je met een waterplein of infiltratieveld?
  6. Conclusie: investeren in een veerkrachtige toekomst

Waar je normaal gesproken een snikhete betonnen jungle verwacht, ontdek je iets anders. Je loopt over een groen veld waar kinderen spelen, terwijl de ondergrond eigenlijk een gigantisch waterreservoir is. Of je ziet een plein dat na een hoosbui verandert in een tijdelijk zwembad, om vervolgens als sneeuw voor de zon te verdwijnen.

Dit is geen toekomstmuziek; het is de realiteit van waterpleinen en infiltratievelden. Ze zijn de helden van de moderne stedenbouw.

De dagen dat regenwater gewoon de riolering in werd gespoeld, zijn geteld.

Onze steden worden warmer en onze zomers extremer. We moeten slimme keuzes maken. Waterpleinen en infiltratievelden bieden een antwoord op hitte, droogte en wateroverlast. In dit artikel duiken we in de wereld van deze groene oplossingen, bekijken we inspirerende voorbeelden en – want dat is nodig – praten we over de centen.

Waterpleinen en infiltratievelden: wat is het verschil?

Hoewel ze vaak in één adem worden genoemd, zijn er subtiele verschillen. Beide technieken draaien om één ding: water vasthouden waar het valt.

Ze vervangen stenen en asfalt door groen en waterdoorlatende materialen. Dit verlicht de druk op het riool en zorgt voor een koelere stad. Een waterplein is een plein dat water opvangt, vasthoudt en vertraagt. Het bijzondere?

Waterpleinen: multifunctioneel watermanagement

Het is een duizendpoot. Bij droog weer is het een speelplek of parkeerplaats.

Bij een flinke regenbui stroomt het plein vol en transformeert het in een tijdelijk bassin. Het water kan er een paar uur of zelfs dagen blijven staan, waarna het langzaam wegzakt of verdampt. Dit vermindert de piekbelasting op het riool aanzienlijk. Een bekend concept is de waterbergende verharding.

Infiltratievelden: de natuurlijke spons

Dit is vaak een ondergrondse constructie van betonnen kratten onder een verhard oppervlak. Een infiltratieveld gaat nog een stap verder.

Hier wordt regenwater niet alleen vastgehouden, maar actief de bodem in geleid. Denk aan groene uithollingen in het landschap, beplant met waterminnende planten. Het water zakt langzaam weg in de grond, waardoor de grondwaterstand wordt aangevuld.

Dit is de meest natuurlijke vorm van waterhuishouding. Het werkt als een natuurlijke filter, waardoor het water schoner de bodem in gaat dan het de rioolpijp in zou stromen.

Waarom steden deze oplossingen omarmen

De voordelen van waterpleinen en infiltratievelden zijn talrijk. Het zijn niet alleen groene vlekken op de kaart; ze dragen bij aan een leefbare stad.

Allereerst is er het hitte-eilandeffect. Stenen en asfalt slaan warmte op en geven die 's nachts af. Groen en water werken verkoelend door verdamping.

Een waterplein kan de omgevingstemperatuur met enkele graden verlagen. Dat voelt direct comfortabeler aan.

Ten tweede bieden ze bescherming tegen wateroverlast. Door water vast te houden op het maaiveld, voorkomen we dat het riool overloopt.

In Nederland, waar we bekend staan om onze waterkennis, is dit een essentieel onderdeel van de klimaatbestendige inrichting. Bedrijven als Wavin leveren hiervoor specifieke ondergrondse oplossingen die samenwerken met deze groene oppervlakken. Daarnaast is er de ecologische en sociale waarde. Een groen plein trekt vogels en insecten aan.

Het nodigt uit tot spelen en ontmoeten. Zelfs als het water er even staat, is het een speels element in de stad. Het is functioneel esthetisch.

Inspirerende voorbeelden uit de praktijk

Om te begrijpen hoe dit in de praktijk werkt, kijken we naar een paar markante voorbeelden.

Deze locaties laten zien dat waterhuishouding en stadsontwerp naadloos samen kunnen gaan. Dit is misschien wel het bekendste waterplein van Nederland. Het Benthemplein in de Rotterdamse wijk Delfshaven ziet eruit als een modern plein met rode klinkers en groene taluds.

Waterplein Benthemplein in Rotterdam

Onder de grond schuilt echter een capaciteit van 1,7 miljoen liter water. Bij hevige regenval stroomt het plein vol en verandert het in een gigantisch bassin.

Het plein is ontworpen door de architecten van De Urbanisten en is een schoolvoorbeeld van hoe je wateroverlast kunt combineren met speelruimte.

De Zandloper in Houten

Het is een levend bewijs dat waterberging niet saai hoeft te zijn. Een ander prachtig voorbeeld is het infiltratieveld De Zandloper in Houten. Dit is een grootschalig project waarbij waterberging en landschapspark samenvallen. Het ontwerp is geïnspireerd op de vorm van een zandloper.

Het gebied functioneert als een buffer voor regenwater uit de omgeving. Het water stroomt hier via greppels en duikers het veld in, waarna het langzaam infiltreert in de bodem.

De Hoven in Delft

Het is een perfecte mix van ecologie en waterbeheer, waarbij de beleving van de natuur centraal staat. In Delft vind je het project De Hoven. Hier is een binnentuin ingericht als infiltratieveld.

Wat dit project speciaal maakt, is de integratie in een bestaande stedelijke structuur.

De tuin vangt hemelwater op van de omliggende daken. In plaats van dit water af te voeren, wordt het in de bodem gebracht. Dit zorgt voor een robuust watersysteem en een groene long in een dichtbebouwde omgeving. Het toont aan dat je niet altijd een enorm plein nodig hebt; ook kleinere, verspreide velden hebben een groot effect.

De kosten: wat mag het kosten?

Nu komen we bij de hamvraag: wat kost zo'n groen waterproject? Helaas is er geen eenduidig antwoord, omdat de kosten sterk afhangen van de schaal, de locatie en de uitvoering. Er is een verschil tussen een simpel infiltratieveld en een complex waterplein met ondergrondse bergingskratten.

De investering versus de traditionele aanpak

Wanneer we duurzame wateroplossingen en traditionele riolering vergelijken, zien we dat traditioneel riolering aanleggen in Nederland ongeveer € 500 tot € 800 per meter kost (exclusief graafwerk en ontwerp).

Een waterplein of infiltratieveld is in aanleg vaak duurder, vooral als er veel grondverzet of specifieke materialen nodig zijn. Een waterplein kan tussen de € 200 en € 400 per vierkante meter kosten, afhankelijk van de afwerking en de techniek eronder.

Echter, de total cost of ownership is vaak gunstiger. Een waterplein combineert functies. Je bespaart op kosten voor aparte speelplekken, riolering en groenvoorziening.

Bovendien zijn de onderhoudskosten vaak lager dan die van een gesloten verharding met een standaard rioolstelsel.

Subsidies en financiering

De investering verdien je terug door meerdere problemen in één keer op te lossen. Veel gemeenten in Nederland stimuleren deze projecten via subsidieregelingen, zoals de Subsidieregeling klimaatbestendig waterbeheer of lokale groenbudgetten. Het is slim om bij de gemeente na te vragen welke financiële steun mogelijk is. Daarnaast worden kosten vaak gedeeld tussen waterschappen, gemeenten en projectontwikkelaars.

De keuze van materialen bepaalt mede de prijs. Gebruik je standaard betonkratten of kies je voor hoogwaardige kunststofsystemen van leveranciers zoals Wavin of Pipelife?

Invloed van schaal en materiaal

Ga je voor een simpel groen veld of een complex plein met fonteinen?

Een infiltratieveld met beplanting is vaak goedkoper dan een waterbergend plein met dure verharding. Voor een klein tot middelgroot project (bijvoorbeeld 500 tot 1000 m²) moet je denken aan een budget vanaf € 50.000 tot € 150.000, inclusief ontwerp en aanleg.

Hoe start je met een waterplein of infiltratieveld?

Wil je als gemeente, ontwikkelaar of wijkbewoner aan de slag? Het begint met een goede analyse van de waterhuishouding.

Waar loopt het water naartoe? Hoe groot is de oppervlakte? Stap 1 is het inmetten van het gebied.

Gebruik hiervoor moderne tools, zoals de 3D BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) of software van ArcGIS.

Zorg dat je weet hoeveel water je moet opvangen. Een vuistregel: reken op een piekbui van 50 mm per uur. Stap 2 is het ontwerp. Schakel een landschapsarchitect of een gespecialiseerd bureau in.

Zij kunnen berekenen hoeveel bergingscapaciteit nodig is en welke beplanting geschikt is. Denk aan planten die tegen zowel natte voeten als droogte kunnen, zoals riet en wilg.

Stap 3 is de uitvoering. Dit vergt precisie. De ondergrondse constructie moet waterdicht zijn waar nodig en juist doorlatend waar het water de bodem in mag. Bedrijven zoals Heijmans of Van Hattum en Blankevoort hebben hier veel ervaring mee. Zij zorgen dat de techniek en het groen naadloos op elkaar aansluiten.

Conclusie: investeren in een veerkrachtige toekomst

Waterpleinen en infiltratievelden zijn geen luxe, maar een noodzaak in het stedelijk ontwerp van vandaag.

Ze bieden een slimme, duurzame oplossing voor hitte, droogte en wateroverlast. Of het nu gaat om een groot plein in Rotterdam of een klein veldje in Delft, de kracht ligt in het combineren van functies. De kosten mogen dan variëren, de baten zijn duidelijk: een koelere stad, minder waterschade en een groenere leefomgeving. Het is tijd om onze stenen te vervangen door sponsachtige structuren. Laten we, zoals beschreven in ons integrale klimaatadaptatie masterplan, de regen vieren in plaats van te vrezen.


Lieke Sanders
Lieke Sanders
Expert in circulaire renovatieprojecten

Lieke adviseert over duurzame materialen en circulaire renovatietechnieken voor bestaande gebouwen.

Meer over Klimaatadaptief ontwerpen gebouwen

Bekijk alle 25 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Klimaatadaptief ontwerpen: de acht principes voor hittestress en wateroverlast
Lees verder →